Olifant in de Oase

familieuitje kerst

Tweede kerstdag 2014. Een kwetterende familie verdeelt zich over twee auto’s. De sfeer zit er goed in. Lekker gegeten eerste kerstdag en nu laten we de warme familiedrukte over ons heen komen. Even zoeken naar een parkeerplekje bij de Oase in Vogelenzang. We zijn niet de enige met wandelplannen. 140 Mensen hebben zich vooraf aangemeld voor een kerstexcursie door dit natuurgebied. De rij bij de betaalautomaat is navenant. Een IVN-gids wenkt ons. Kom maar mee, dat kan ook achteraf. Snel roepen we onze verspreid voetballende en kletsende familieleden bij elkaar en zoeken een groep. ‘Wij zijn een familie van 9 met kleine kinderen!’, roepen we. ‘Kom maar met mij mee’, zegt Harry.

En in no-time lopen we weg. Mooi. Naar de oranjekom. Een idyllisch diep gelegen rond meer met dobberende eendjes en aalscholvers. Omringd door een tapijt van mossen, hoge loofbomen en wegslingerende wandelpaadjes.

Harry’s opening werken ontnuchterend voor mijn opborrelende romantische gevoelens: ‘We bevinden ons in een industriegebied. De Oase levert al het drinkwater voor Amsterdam. Alles wat je hier ziet is gegraven. Geen enkele heuvel is van nature ontstaan.’ Enige deceptie. De Oase is zo’n bijzonder natuurgebied. Daarbij vertelt hij ook nog eens dat een aalscholver net een vrachtvliegtuig is…. Hij heeft wel gelijk. Hij stijgt allesbehalve elegant op.

Laten we maar verder lopen. ‘Hey een koolmees’, roep ik, trots op mezelf. Ik herken wat.. ‘Nee, verbetert m’n moeder me. Da’s een pimpelmees. Die zijn veel kleiner.’ Harry geeft haar gelijk en wijst verder: ‘een krakeend, een buizerd, bijzondere mossen en aan de overkant van het kanaal drie hertjes’. Leerzaam dagje zeg.

We lopen een vogelhut in en vrezen dat ons gekwebbel alles verjaagt. Maar nee. Geconcentreerd om zich heen turend roept mijn moeder enthousiast ‘een vos!’ en ik ben de enige die een ijsvogeltje ziet wegvliegen. Die zijn in ieder geval niet te verwarren met andere vogels.

6-jarige Leah absorbeert alle info en weet feilloos aan te geven wie de mannetjeseend is en wie het vrouwtje. We vragen grapjas Finn van 4 naar de dieren die hij spot. ‘Een olifant!’, roept hij. Intussen telt 6-jarige Stine geduldig damhertjes. Die hier waarschijnlijk ooit zijn ontsnapt uit een nabijgelegen kinderboerderij. De eerste drie waren bijzonder. Maar als de teller op 43 komt te staan, beginnen we op een andere manier te kijken. Veel verschillen te zien. Mannetjes en vrouwtjes te onderscheiden. Leuk zeg. Hoewel allemaal import, vormen al die Bambi’s en vrienden samen een mooi natuurspel. Zij lijken net zo hard met ons verbonden als wij met hen.

Een uitsmijter voor Finn: ‘Kijk, daar heeft een kabouter met zijn inktpot geknoeid.’ Verrek, nu pas zie ik hoeveel zwarte stippen op het bladertapijt onder ons liggen. Dat schijnt een normale schimmel te zijn. Die vaker in de natuur dan in de stad voorkomt. Omdat bomen elkaar besmetten. Het zijn net mensen:-)

Leuke wandeling! Wij zijn klaar voor de rollade en aardappelgratin.

damherten